Vertaling van hof

Inhoud:

Nederlands
Duits
hof [m], tuin [m], gaard, gaarde {zn.}
Garten [m] (der ~)
Mijn tuin is klein.
Mein Garten ist klein.
Helen speelt in de tuin.
Helena spielt im Garten.
hof {zn.}
Hofstaat [m] (der ~)
Hof [m] (der ~)
erf [o], binnenplaats [v], hof [o], plaats [v] {zn.}
Hofraum [m] (der ~)
Hof [m] (der ~)


Gerelateerd aan hof

tuin - gaard - gaarde - erf - binnenplaats - plaats