Vertaling van keer
Wechsel
Änderung
Tausch
Abwechslung
Wende
Wende
wenden
umwälzen
umdrehen
kehren
drehen
ik keer
ich wende um
» meer vervoegingen van umwenden
sperren
zum Stehen bringen
anhalten
ik keer
ich halte auf
» meer vervoegingen van aufhalten
Voorbeelden in zinsverband
Gedane zaken nemen geen keer.
Was passiert ist, ist passiert.
Hij verdient twee keer zoveel als ik.
Er verdient zweimal soviel wie ich.
Er is altijd een volgende keer.
Es gibt immer ein nächstes Mal.
Je bent tien keer zwaarder dan ik.
Du bist zehnmal schwerer als ich.
Deze keer zal ik het proberen.
Dieses Mal werde ich es versuchen.
Hoeveel keer ben je in Europa geweest?
Wie oft warst du schon in Europa?
Dit keer is Parijs mijn doel.
Dieses Mal ist mein Ziel Paris.
Hij verdient drie keer zoveel als ik.
Er verdient dreimal so viel Geld wie ich.
Hij verdient drie keer meer dan ik.
Er verdient dreimal mehr als ich.
De telefoon ging een paar keer over.
Das Telefon hat einige Male geläutet.
Ik zwem één keer per week.
Ich schwimme einmal pro Woche.
Ik kan me de eerste keer nog herinneren.
Ich kann mich an das erste Mal erinnern.
Ik heb zelf ook al een paar keer parkeerboetes betaald.
Ich habe selbst schon mehrmals Bußgelder für widerrechtliches Parken bezahlt.
Hij verdient drie keer meer dan ik doe.
Er verdient dreimal mehr als ich.
Het magazine komt twee keer per maand uit.
Die Zeitschrift erscheint zweimal pro Monat.