Vertaling van noemen

Inhoud:

Nederlands
Duits
citeren, noemen {ww.}
nennen
vorladen
zugedenken
angeben
zitieren
erwähnen
anführen

wij noemen
jullie noemen
zij noemen

wir nennen
ihr nennt
sie nennen
» meer vervoegingen van nennen

Mensen noemen hem Dave.
Die Leute nennen ihn Dave.
heten, noemen, benoemen, uitmaken voor {ww.}
nennen
ernennen
benennen
heißen

wij noemen
jullie noemen
zij noemen

wir nennen
ihr nennt
sie nennen
» meer vervoegingen van nennen

We noemen onze hond Pochi.
Wir nennen unseren Hund Pochi.
Hoe zou ik je gaan noemen?
Wie soll ich dich nennen?
gewag maken van, noemen, vermelden {ww.}
nennen
anführen

wij noemen
jullie noemen
zij noemen

wir nennen
ihr nennt
sie nennen
» meer vervoegingen van nennen



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Duits

Ze noemen hem Jim.

Man nennt ihn Jim.

Mensen noemen hem Dave.

Die Leute nennen ihn Dave.


Gerelateerd aan noemen

citeren - heten - benoemen - uitmaken voor - gewag maken van - vermelden