Vertaling van oogsten

Inhoud:

Nederlands
Duits
oogsten {ww.}
schneiden
einernten

wij oogsten
jullie oogsten
zij oogsten

wir schneiden
ihr schneidet
sie schneiden
» meer vervoegingen van schneiden

collecteren, innen, inzamelen, oogsten, plukken, rapen, verzamelen {ww.}
einsammeln
sammeln

wij oogsten
jullie oogsten
zij oogsten

wir sammeln ein
ihr sammelt ein
sie sammeln ein
» meer vervoegingen van einsammeln

oogst (mv. oogsten), opbrengst {zn.}
Ernte [v] (die ~)
Lese [v] (die ~)
Het zal schade aanrichten aan de oogst.
Es wird die Ernte schädigen.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Duits

Wie wind zaait, zal storm oogsten.

Was ihr säet, das erntet ihr.

Jullie kennen de uitdrukking, dat we oogsten wat we zaaien. Ik heb de wind gezaaid en hier is mijn storm.

Ihr kennt den Satz, wir ernten, was wir säen. Ich habe den Wind gesät und hier ist mein Sturm.


Gerelateerd aan oogsten

collecteren - innen - inzamelen - plukken - rapen - verzamelen - oogst - opbrengst