Vertaling van verzamelen

Inhoud:

Nederlands
Duits
verzamelen, bijeenbrengen, bijeengaren, bijeenkrijgen, rapen, samenbrengen, verenigen, vergaren, paren, vergaderen, accumuleren, ophopen, opeenhopen {ww.}
aufstauen
auflaufen lassen
aufspeichern
stauen
speichern
aufhäufen
ansammeln
anhäufen
akkumulieren

wij verzamelen
jullie verzamelen
zij verzamelen

wir stauen auf
ihr staut auf
sie stauen auf
» meer vervoegingen van aufstauen

samenvoegen, aggregeren, bijeenhopen, verzamelen {ww.}
zusammenballen
verbinden
aggregieren

wij verzamelen
jullie verzamelen
zij verzamelen

wir ballen zusammen
ihr ballt zusammen
sie ballen zusammen
» meer vervoegingen van zusammenballen

groeperen, ophopen, verzamelen {ww.}
zusammenfassen
zusammenscharen
gruppieren
scharen

wij verzamelen
jullie verzamelen
zij verzamelen

wir fassen zusammen
ihr fasst zusammen
sie fassen zusammen
» meer vervoegingen van zusammenfassen

collecteren, innen, inzamelen, oogsten, plukken, rapen, verzamelen {ww.}
sammeln
einsammeln

wij verzamelen
jullie verzamelen
zij verzamelen

wir sammeln
ihr sammelt
sie sammeln
» meer vervoegingen van sammeln

We moeten geld inzamelen.
Wir müssen Geld einsammeln.
Je moet meer informatie verzamelen.
Du musst mehr Informationen sammeln.