Vertaling van stuur

Inhoud:

Nederlands
Duits
stuur [o], roer [o] {zn.}
Steuer [v] (die ~)
Lenkvorrichtung [v] (die ~)
Ruder [o] (das ~)
Lenkrad [o] (das ~)
De politie arresteerde hem wegens dronkenschap achter het stuur.
Die Polizei nahm ihn wegen Trunkenheit am Steuer fest.
stuur [o], stuurtoestel [o], joystick [m] {zn.}
Steuer [v] (die ~)
Steuerrad [o] (das ~)
Lenkrad [o] (das ~)
leiding [v], stuur [o], leidsel {zn.}
Zügel [m] (der ~)
besturen, dirigeren, mennen, richten, sturen {ww.}
lenken
leiten
steuern
richten
führen
dirigieren

ik stuur

ich lenke
» meer vervoegingen van lenken

doen toekomen, sturen, opsturen, zenden, opzenden, verzenden {ww.}
schicken
einsenden
senden

ik stuur

ich schicke
» meer vervoegingen van schicken

Ik wil graag dit pakketje naar Canada sturen.
Ich möchte dieses Päckchen gern nach Kanada schicken.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Duits

Stuur het naar me op.

Schick es mir!

De politie arresteerde hem wegens dronkenschap achter het stuur.

Die Polizei nahm ihn wegen Trunkenheit am Steuer fest.