Vertaling van uitduiden
Inhoud:
Nederlands
Duits
aanduiden, aangeven, aanwijzen, uitduiden, wijzen {ww.}
zeigen
weisen
anweisen
andeuten
weisen
anweisen
andeuten
ik zal uitduiden
jij zult uitduiden
hij/zij/het zal uitduiden
ich werde zeigen
du wirst zeigen
er/sie/es wird zeigen
» meer vervoegingen van zeigen