Vertaling van uittreden

Inhoud:

Nederlands
Duits
uitgaan, uitkomen, uitlopen, uitstappen, uitstijgen, uittreden {ww.}
ausrücken
hinausgehen
ausgehen

ik zal uittreden
jij zult uittreden
hij/zij/het zal uittreden

ich werde ausrücken
du wirst ausrücken
er/sie/es wird ausrücken
» meer vervoegingen van ausrücken

aftreden, bedanken, uittreden, ontslag nemen {zn.}
Amt niederlegen
aus dem Amt ausscheiden
ausscheiden
aus dem Dienst ausscheiden
abdanken


Gerelateerd aan uittreden

uitgaan - uitkomen - uitlopen - uitstappen - uitstijgen - aftreden - bedanken - ontslag nemen