Vertaling van voer

Inhoud:

Nederlands
Duits
foerage [v], voeder, voer {zn.}
Futter [o] (das ~)
voeding [v], kost, voeder, voedingsmiddel, voedsel, voer {zn.}
Nahrung [v] (die ~)
Nahrungsmittel [o] (das ~)
Ernährung [v] (die ~)
Futter [o] (das ~)
Ätzung [v] (die ~)
Hij moest het dagenlang zonder voedsel stellen.
Er musste tagelang ohne Nahrung auskommen.
gaan, karren, rijden, varen {ww.}
fahren

ik voer
jij voer
hij/zij/het voer

ich fuhr
du fuhrst
er/sie/es fuhr
» meer vervoegingen van fahren

Ik wil niet rijden.
Ich möchte nicht fahren.
We gaan morgen vertrekken.
Wir fahren morgen los.
varen {ww.}
fahren

ik voer
jij voer
hij/zij/het voer

ich fuhr
du fuhrst
er/sie/es fuhr
» meer vervoegingen van fahren

varen {ww.}
fahren

ik voer
jij voer
hij/zij/het voer

ich fuhr
du fuhrst
er/sie/es fuhr
» meer vervoegingen van fahren

overbrengen, transporteren, voeren, vervoeren {ww.}
übertragen
befördern

ik voer

ich beförd(e)re
» meer vervoegingen van befördern

besturen, brengen, leiden, geleiden, voeren {ww.}
führen
leiten

ik voer

ich führe
» meer vervoegingen van führen

Alle wegen leiden naar Rome.
Alle Wege führen nach Rom.
Er zijn vele wegen die naar Rome leiden.
Viele Wege führen nach Rom.
brengen, dragen, voeren, voorhebben {ww.}
tragen

ik voer

ich trage
» meer vervoegingen van tragen

Katten dragen geen halsband.
Katzen tragen kein Halsband.
Ik kan deze koffer niet zelf dragen.
Ich kann diesen Koffer nicht allein tragen.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Duits

Voer geen wilde dieren.

Füttere keine wilden Tiere!

Het schip voer de Amerikaanse vlag.

Das Schiff fuhr unter der Flagge der Vereinigten Staaten von Amerika.