Vertaling van Ram

Inhoud:

Nederlands
Engels
Ram {eigenn.}
Aries
ram [m] {zn.}
ram 
tup
heien, rammeien, rammen {ww.}
to ram
to drive

ik ram

vrijen, bedvogelen, bibberen, bonken, bonzen, coïteren, cohabiteren, emmeren, flensen, fleppen, fokken, ketsen, kezen, kieren, knarren, neuken, pompen, rampetampen, soppen, vogelen, vozen, slapen, poepen, rollebollen, seksen, figuurzagen, wippen, palen, rammen, naaien {ww.}
to bed
to sleep with
to be intimate
to know
to make out
to bonk
to hump
to do it
to love
to bang
to screw
to eff
to fuck
to have sex
to get it on
to jazz
to get laid
to lie with
to have a go at it
to make love
to have intercourse
to roll in the hay
to have it away
to sleep together
to have it off

ik ram

Ge zoudt beter slapen.
You should go to bed.
Hij gaat slapen met het licht aan.
He goes to sleep with the lights left on.
rammen {ww.}
to crash
to ram

ik ram

I crash
» meer vervoegingen van to crash

bonzen, beuken, bonken, hameren, rammeien, rammen, timmeren, hengsten {ww.}
to pound
to ram
to ram down

ik ram

I pound
» meer vervoegingen van to pound


Gerelateerd aan Ram

ram - heien - rammeien - rammen - vrijen - bedvogelen - bibberen - bonken - bonzen - coïteren - cohabiteren - emmeren - flensen - fleppen - fokkenhandelen - slaan