Vertaling van aansteker

Inhoud:

Nederlands
Engels
aansteker [m], vuurmaker {zn.}
lighter
Heeft u een aansteker?
Do you have a lighter?
Heeft u een aansteker?
Have you got a lighter?
aansteker [m] (de ~) {zn.}
cigarette lighter
pocket lighter
cigar lighter
schoen [m] (de ~), aansteker {zn.}
shoe


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Heeft u een aansteker?

Do you have a lighter?

Hebt ge een aansteker?

Do you have a light?

Heeft u een aansteker?

Have you got a lighter?


Gerelateerd aan aansteker

vuurmaker - schoentoestel - voorwerp - schoenleest - schoenleer - schoenveter - hak