Vertaling van schoen

Inhoud:

Nederlands
Engels
schoen [m] {zn.}
shoe 
boot 
Deze schoen is een maat groter.
This shoe is a size bigger.
De hoefsmid bracht de schoen aan, aan het hoef van het paard, terwijl de schoen heet was.
The farrier fitted the shoe to the horse's hoof while the shoe was hot.
schoen [m] (de ~), aansteker {zn.}
shoe
schoen {zn.}
counter
heel counter

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Deze schoen is een maat groter.

This shoe is a size bigger.

De hoefsmid bracht de schoen aan, aan het hoef van het paard, terwijl de schoen heet was.

The farrier fitted the shoe to the horse's hoof while the shoe was hot.


Gerelateerd aan schoen

aanstekerschoenleest - voorwerp - huls - schoenleer - schoenveter - hak