Vertaling van automobiel

Inhoud:

Nederlands
Engels
automobiel [m] (de ~), auto [m] (de ~), wagen [m] (de ~) {zn.}
car
automobile
motorcar
machine
auto
Hij heeft een auto.
He has a car.
Deze auto is snel.
This car is fast.
auto [m], automobiel [m] {zn.}
car 
automobile 
motor-car
De auto is klaar.
The car is ready.
Ik heb een auto.
I have a car.

Gerelateerd aan automobiel

auto - wagenmotorrijtuig