Vertaling van benauwen

Inhoud:

Nederlands
Engels
benauwen, verontrusten {ww.}
to upset 
to alarm 
to trouble 
to disturb
to agitate
to perturb 
to unsettle
to ruffle
to worry 

wij benauwen
jullie benauwen
zij benauwen

we upset
you upset
they upset
» meer vervoegingen van to upset

benauwen {ww.}
to distress

wij benauwen
jullie benauwen
zij benauwen

we distress
you distress
they distress
» meer vervoegingen van to distress

beknellen, benauwen, nijpen, vreten, drukken, knagen, knellen, beklemmen {ww.}
to alarm
to alert

wij benauwen
jullie benauwen
zij benauwen

we alarm
you alarm
they alarm
» meer vervoegingen van to alarm


Gerelateerd aan benauwen

verontrusten - beknellen - nijpen - vreten - drukken - knagen - knellen - beklemmenhinderen - veroorzaken