Vertaling van bengel

Inhoud:

Nederlands
Engels
bengel [m], blaag [m], rekel, snotaap, straatbengel, vlegel {zn.}
naughty boy
pickle
bengel [m] {zn.}
clapper
bengelen, bungelen, zwaaien {ww.}
to swing 
to dangle

ik bengel

I swing
» meer vervoegingen van to swing

deugniet [m] (de ~), aap, apekop, apenkop, bengel [m] (de ~), boef [m] (de ~), doerak [m] (de ~), dondersteen [m] (de ~), donderstraal, lorejas, nietdeug, rakker [m] (de ~), rekel [m] (de ~), schavuit [m] (de ~), schobbejak [m] (de ~), stouterd [m] (de ~), stouterik [m] (de ~), vlegel [m] (de ~), blaag [m] (de ~), kapoen [m] (de ~), ondeugd [m] (de ~), schooier [m] (de ~), vlerk [m] (de ~), belhamel [m] (de ~) {zn.}
monkey
imp
scallywag
rapscallion
scalawag
rascal
scamp
Hé, kijk, een driekoppige aap!
Hey, look, a three-headed monkey!
Een aap beklimt een hoge boom.
A monkey is climbing up a tall tree.
bungelen, bengelen {ww.}
to dangle
to drop
to swing

ik bengel

I dangle
» meer vervoegingen van to dangle


Gerelateerd aan bengel

blaag - rekel - snotaap - straatbengel - vlegel - bengelen - bungelen - zwaaien - deugniet - aap - apekop - apenkop - boef - doerak - dondersteending - hangen