Vertaling van beuzelarij

Inhoud:

Nederlands
Engels
beuzelarij [v], snuisterij [v] {zn.}
trifling
beuzelarij [v] {zn.}
trifling
bagatel, beuzelarij [v], futiliteit [v], kleinigheid [v], wissewasje [o] {zn.}
bagatelle
trifle
kleinigheid, allotria, bagatel [m] (de/het ~), beuzelarij, bijzaak [m] (de ~), futiliteit [v] (de ~), onbenulligheid, peanuts, peulenschil [m] (de ~), wissewasje [o] (het ~), peuleschil, detail {zn.}
snap
walkover
piece of cake
pushover
picnic
duck soup
cinch
child's play
breeze
onzin [m] (de ~), apekool [m] (de ~), beuzelarij [v] (de ~), bullshit [m] (de ~), flauwekul [m] (de ~), ge-o-ha, gebeuzel, gekakel [o] (het ~), gekkenpraat, gekwek, gelul [o] (het ~), geneuzel, geouwehoer, geraaskal, gewauwel, gezwam [o] (het ~), gezwets, klets [m] (de ~), kletskoek [m] (de ~), kletspraat [m] (de ~), kolder [m] (de ~), kul, kwatsch, kwezelarij, larie [v] (de ~), lariekoek [m] (de ~), leuterkoek, leuterpraat, lulkoek [m] (de ~), nonsens [m] (de ~), quatsch [m] (de ~), wijvenpraat, zever [m] (de ~), zottenpraat, dwaasheid [v] (de ~), shit [m] (de ~), geklets [o] (het ~) {zn.}
stuff and nonsense
poppycock
stuff
hooey