Vertaling van cultuur

Inhoud:

Nederlands
Engels
cultuur {zn.}
culture
Cultuur maakt talen kapot.
Culture destroys languages.
Europa heeft meer cultuur!
Europe has more culture!
bouw [m], cultuur [v], teelt, verbouw {zn.}
cultivation
beschaving [v], bouw [m], cultuur [v], verbouwing [v], teelt {zn.}
culture 
Ze hadden een eigen cultuur.
They had a culture of their own.
Ik ben een groot bewonderaar van de Amerikaanse cultuur.
I am a great admirer of American culture.
cultuur [v] (de ~), beschaving [v] (de ~), civilisatie [v] (de ~) {zn.}
culture
acculturation
De cultuur en de mensen waren heel interessant
The culture and people were very interesting
cultuur [v] (de ~), bacteriecultuur, bacteriekweek, kweek [m] (de ~) {zn.}
culture
bouw, cultuur [v] (de ~), kweek [m] (de ~), teling, teelt [v] (de ~), verbouw [m] (de ~) {zn.}
breeding

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Cultuur maakt talen kapot.

Culture destroys languages.

Europa heeft meer cultuur!

Europe has more culture!

Ze hadden een eigen cultuur.

They had a culture of their own.

Ik ben een groot bewonderaar van de Amerikaanse cultuur.

I am a great admirer of American culture.

De cultuur en de mensen waren heel interessant

The culture and people were very interesting

Toen ik vier jaar geleden naar de Verenigde Staten verhuisde, had ik moeite om me aan te passen aan een nieuwe taal en cultuur.

When I moved to the United States four years ago, I had problems adapting to a new language and culture.


Gerelateerd aan cultuur

bouw - teelt - verbouw - beschaving - verbouwing - civilisatie - bacteriecultuur - bacteriekweek - kweek - telinglevenswijze - toestand - groep - produktie