Vertaling van eenmaal

Inhoud:

Nederlands
Engels
eenmaal, eens, ooit, weleens {bw.}
at some time
ever 
sometime
eventually
once 
anytime
eenmaal, eens, één keer {bw.}
once 
one time


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Eenmaal op het station aangekomen, belde ik mijn vriend op.

I called my friend after arriving at the station.

Eenmaal op het station aangekomen, belde ik mijn vriend op.

On arriving at the station, I called a friend of mine.


Gerelateerd aan eenmaal

eens - ooit - weleens - één keer