Vertaling van eens

Inhoud:

Nederlands
Engels
eens, op een keer {bw.}
once 
on occasion
sometimes 
occasionally 
eenmaal, eens, ooit, weleens {bw.}
at some time
ever 
sometime
eventually
once 
anytime
eenmaal, eens, één keer {bw.}
once 
one time


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

O! Laat eens zien.

Oh! Show me, please.

Probeer het nog eens.

Try it once again.

Kijk eens naar dit.

Take a look at this.

O! Laat eens zien.

Oh! Please show it to me.

Zeg eens "aaa".

Say 'ahhh'.

Mag ik het eens passen?

May I try this on?

Raat eens wie komt vanavond.

Guess who's coming tonight.

Denk er eens over na.

Think about it.

Mag ik het eens passen?

May I try it on?

Heb je al eens gesolliciteerd?

Have you ever applied for a job?

Raad eens waar ik geweest ben?

Guess where I've been?

Laat eens zien wat je gekocht hebt.

Will you show me what you bought?

Hij knipt zijn haar eens per maand.

He gets a haircut once a month.

Laten we het nog eens proberen.

Let's give it one more try.

Ze werken niet eens een beetje.

They are not working even a bit.


Gerelateerd aan eens

op een keer - eenmaal - ooit - weleens - één keer