Vertaling van goede
Voorbeelden in zinsverband
Goede dag. Tot ziens.
Good day. See you soon.
Goede studenten studeren hard.
Good students study hard.
Een goede vraag.
A good question.
Hij was een goede koning.
He was a good king.
Tom is een goede buur.
Tom is a good neighbour.
Je bent een goede jongen.
You are a good boy.
Er sterven dagelijks goede mensen.
Good people die every day.
Hij wordt een goede leraar.
He will be a good teacher.
Tom heeft een goede muzieksmaak.
Tom has good tastes in music.
Ik heb geen goede eetlust.
I don't have a good appetite.
Tom is een goede werker.
Tom is a good worker.
Ken jij een goede tandarts?
Do you know a good dentist?
Ik ben een goede taxichauffeur.
I'm a good taxi driver.
Hij heeft een goede reputatie.
He has a good reputation.
YouTube is geen goede website.
YouTube is not a good website.