Vertaling van goed

Inhoud:

Nederlands
Engels
goed, nu goed {bw.}
okay 
well 
fine 
goed, juist, recht {bn.}
correct 
exact 
proper 
right 
accurate 
goed, okee {bn.}
good 
nice 
okay 
fine 
goed, goede {zn.}
good 
Goed
Good
Goede morgen!
Good morning.
correct, goed, juist, zuiver {bn.}
correct 
right 
kleding [v], goed [o], kleren {eigenn.}
clothes 
clothing
apparel
garb
array 
attire
afgesproken, akkoord, goed, in orde, okee, top {bw.}
agreed 
okay 
admittedly 
boerderij [v], goed [o], landgoed [o], bezitting [v] {zn.}
farm 
property
estate 
ranch 
land 
De stal is net achter de boerderij.
The stable is right behind the farm house.
Vorige zomer werkte ik parttime op een boerderij.
Last summer, I worked part time on a farm.
bezit [o], bezitting [v], eigendom [o], goed, vermogen {zn.}
possession 
property
Portugal heeft gedecriminaliseerd het persoonlijk bezit van drugs.
Portugal has decriminalized the personal possession of drugs.
We erkennen je recht op dit onroerend goed.
We concede your right to this property.
baten, goeddoen {ww.}
to avail

ik doe goed
jij doet goed
hij/zij/het doet goed

I avail
you avail
he/she/it avails
» meer vervoegingen van to avail

goedachten {ww.}
to choose

ik acht goed
jij acht goed
hij/zij/het acht goed

I choose
you choose
he/she/it chooses
» meer vervoegingen van to choose

goeddunken {ww.}
to like

ik dunk goed
jij dunkt goed

I like
you like
» meer vervoegingen van to like

goeddunken, believen {ww.}
to like

ik dunk goed
jij dunkt goed

I like
you like
» meer vervoegingen van to like


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Eind goed, al goed.

All's well that ends well.

Eind goed, al goed.

All is well that ends well.

Goed

Good

Echt goed!

Really good!

Hij speelt zeer goed.

He plays very well.

Dit is goed vlees.

This is good meat.

Zwart staat je goed.

Black becomes you.

Zorg goed voor jezelf.

Take care.

Loopt je horloge goed?

Is your watch correct?

Groen staat Alice goed.

Green suits Alice.

Luister alstublieft goed.

Please listen carefully.

Is dat wel goed?

Is that okay?

Mij gaat het goed.

I'm fine.

Hij kan goed vliegeren.

He is good at flying kites.

Deze kalkoen smaakt goed.

This turkey tastes good.


Gerelateerd aan goed

nu goed - juist - recht - okee - goede - correct - zuiver - kleding - kleren - afgesproken - akkoord - in orde - top - boerderij - landgoedhelpen - oordelen - vinden - aanspreken