Vertaling van groot

Inhoud:

Nederlands
Engels
groot {bn.}
big 
great 
large 
grand 
major
substantial
ample
groot, lang, rijzig {bn.}
lanky
of high stature
tall 
groot, volgroeid, volwassen {bn.}
adult 
full-grown
breedvoerig, groot, royaal, ruim, uitgebreid, uitgestrekt, wijd {bn.}
extensive 
spacious 
vast 
wide 
broad 
capacious
commodious
huge 
open 
ample
baggy
groot (de ~) {zn.}
groat
fourpence
grootmaken {ww.}
to aggrandize

ik maak groot
jij maakt groot

I aggrandize
you aggrandize
» meer vervoegingen van to aggrandize

dresseren, grootbrengen, kweken, opleiden, opvoeden {ww.}
to rear 
to raise 
to bring up
to educate 
to breed 

ik breng groot
jij brengt groot
hij/zij/het brengt groot

I rear
you rear
he/she/it rears
» meer vervoegingen van to rear

volwassen, adult, rijp, groot {bn.}
adult
big
full-grown
fully grown
grown
grownup
gewichtig, important, groot, belangrijk, zwaarwegend, significant, voornaam {bn.}
authoritative
important
aardig, beduidend, considerabel, fors, merkelijk, aanzienlijk, flink, groot, hoog, belangrijk, knap, gevoelig, behoorlijk, heel {bn.}
considerable
fors, breedgebouwd, fiks, flinkgebouwd, forsgebouwd, grofgebouwd, potig, robuust, zwaargebouwd, stevig, vierkant, flink, groot {bn.}
beefy
buirdly
burly
husky
strapping
opvoeden, grootbrengen, kweken {ww.}
to rear
to raise
to nurture
to parent
to bring up

ik breng groot
jij brengt groot
hij/zij/het brengt groot

I rear
you rear
he/she/it rears
» meer vervoegingen van to rear

groothouden {ww.}
to bear up

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Haar vader is groot.

Her father is tall.

Deze honden zijn groot.

These dogs are big.

Zijn ze groot?

Are they tall?

Hoe groot is het?

How large is it?

Uw vader is groot.

Your father is tall.

Dat huis is groot.

That house is big.

Het boek is groot.

The book is big.

Het is te groot.

It's too big.

Dit is te groot.

This is too big.

Meneer White's tuin is groot.

Mr. White's yard is large.

Ik heb een groot probleem.

I have a big problem.

Omdat het te groot is.

Because it's too big.

China is een groot land.

China is a large country.

Deze kamer is groot genoeg.

This room is large enough.

Hoe groot is uw familie?

How large is your family?