Vertaling van ruim

Inhoud:

Nederlands
Engels
ruim [o], scheepsruim [o] {zn.}
hold 
ruim {bw.}
widely 
broadly 
boven, meer dan, over, ruim
above 
more than
over 
beuk [m], schip [o], ruim {zn.}
nave
breedvoerig, groot, royaal, ruim, uitgebreid, uitgestrekt, wijd {bn.}
extensive 
spacious 
vast 
wide 
broad 
capacious
commodious
huge 
open 
ample
baggy
ledigen, legen, lenzen, lichten, ruimen, uithalen {ww.}
to empty 
to clear 

ik ruim

I empty
» meer vervoegingen van to empty

inrichten, regelen, ruimen, opruimen, schikken, terechtbrengen {ww.}
to arrange 
to put in order
to order 
to tidy 
to collate
to categorize 
to sort 

ik ruim

I arrange
» meer vervoegingen van to arrange

opruimen, ruimen {ww.}
to put away
to cast away
to toss away
to cast out
to throw out
to chuck out
to cast aside
to discard
to throw away
to dispose
to toss
to fling
to toss out

ik ruim

I discard
» meer vervoegingen van to discard

ruimen {ww.}
to dislodge
to reposition
to shift

ik ruim

I dislodge
» meer vervoegingen van to dislodge

verlaten, ruimen {ww.}
to leave
to go away
to go forth

ik ruim

I leave
» meer vervoegingen van to leave

Ik moet je verlaten.
I have to leave you.
Ik zal u nooit verlaten.
I'll never leave you.
leegruimen, ruimen {ww.}
to clean up
to neaten
to tidy
to square away
to straighten out
to straighten
to tidy up

ik ruim

I tidy
» meer vervoegingen van to tidy


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ruim a.u.b. dat vaatwerk daar op.

Please clean those dishes.

Als je er een boeltje van maakt, ruim het op.

If you make a mess, clean it up.

De laatste keer dat ik heb gerookt was ruim een jaar geleden.

The last time I smoked was well over a year ago.

Ruim drieduizend mensen hebben hun handtekening gezet om de sloop van dit historische pand tegen te houden.

Well over three thousand people signed to prevent the demolition of this historic building.


Gerelateerd aan ruim

scheepsruim - boven - meer dan - over - beuk - schip - breedvoerig - groot - royaal - uitgebreid - uitgestrekt - wijd - ledigen - legen - lenzenwegdoen - draaien - afnokken - leegmaken