Vertaling van inrichten

Inhoud:

Nederlands
Engels
inrichten, oprichten, stichten, vestigen {ww.}
to erect
to establish 
to set 

ik zal inrichten
jij zult inrichten
hij/zij/het zal inrichten

I will erect
you will erect
he/she/it will erect
» meer vervoegingen van to erect

inrichten, regelen, ruimen, opruimen, schikken, terechtbrengen {ww.}
to arrange 
to put in order
to order 
to tidy 
to collate
to categorize 
to sort 

ik zal inrichten
jij zult inrichten
hij/zij/het zal inrichten

I will arrange
you will arrange
he/she/it will arrange
» meer vervoegingen van to arrange

inrichten {ww.}
to furnish

ik zal inrichten
jij zult inrichten
hij/zij/het zal inrichten

I will furnish
you will furnish
he/she/it will furnish
» meer vervoegingen van to furnish

toebereiden, inrichten {ww.}
to lay out
to set
to set up

ik zal inrichten
jij zult inrichten
hij/zij/het zal inrichten

I will set
you will set
he/she/it will set
» meer vervoegingen van to set


Gerelateerd aan inrichten

oprichten - stichten - vestigen - regelen - ruimen - opruimen - schikken - terechtbrengen - toebereidenvoorzien - klaarmaken