Vertaling van hap

Inhoud:

Nederlands
Engels
hap, mondvol {zn.}
mouthful
morsel 
hap {zn.}
morsel 
hap [m] (de ~), beet [m] (de ~) {zn.}
bite
chomp
Ze nam een hap uit de appel.
She took a bite of the apple.
hap [m] (de ~), knabbeltje [o] (het ~), hapje [o] (het ~) {zn.}
bite
snack
collation
Kan ik een hapje?
Can I have a bite?
beet [m], hap, knauw {zn.}
bite 
hap [m] (de ~), beet {zn.}
bite
morsel
bit
beitsen, bijten, happen, knauwen {ww.}
to bite 

ik hap

I bite
» meer vervoegingen van to bite

Blaffende honden bijten niet.
Barking dogs don't always bite.
Zeg haar dat ge haar graag ziet. Heb geen schrik. Ze zal u niet bijten.
Tell her you like her. Don't be afraid. She won't bite you.
deel [o] (het ~), gedeelte [o] (het ~), part [o] (het ~), stukje, stuk [o] (het ~), hap [m] (de ~) {zn.}
part
portion
component part
constituent
component
Meer mensen wonen in het noordelijke gedeelte van de stad.
More people live in the northern part of the city.
Taiwan is geen deel van China.
Taiwan isn't part of China.
happen {ww.}
to crack
to snap

ik hap

I crack
» meer vervoegingen van to crack

bijten, happen {ww.}
to bite
to seize with teeth

ik hap

I bite
» meer vervoegingen van to bite


Gerelateerd aan hap

mondvol - beet - knabbeltje - hapje - knauw - beitsen - bijten - happen - knauwen - deel - gedeelte - part - stukje - stukdaad - geweldpleging - gerecht - deel - iets - reageren - verroeren - bewerken