Vertaling van hoe gaat het met u
jij gaat achteruit
hij/zij/het gaat achteruit
you decline
he/she/it declines
» meer vervoegingen van to decline
jij gaat achteruit
hij/zij/het gaat achteruit
you decline
he/she/it declines
» meer vervoegingen van to decline
to go backwards
jij gaat achteruit
to enter into a contract
jij gaat aan
hij/zij/het gaat dicht
he/she/it cicatrizes
» meer vervoegingen van to cicatrize
jij gaat door
hij/zij/het gaat door
you continue
he/she/it continues
» meer vervoegingen van to continue
to pose
to put on airs
to feign
to affect
to dissemble
to pretend
to sham
jij gaat door
hij/zij/het gaat door
you attitudinize
he/she/it attitudinizes
» meer vervoegingen van to attitudinize
jij gaat af
hij/zij/het gaat af
you attend
he/she/it attends
» meer vervoegingen van to attend
jij gaat achteruit
hij/zij/het gaat achteruit
you decline
he/she/it declines
» meer vervoegingen van to decline
to regress
to retrogress
jij gaat achteruit
hij/zij/het gaat achteruit
you regress
he/she/it regresses
» meer vervoegingen van to regress
jij gaat aan
hij/zij/het gaat aan
you light
he/she/it lights
» meer vervoegingen van to light
jij gaat aan
hij/zij/het gaat aan
you concern
he/she/it concerns
» meer vervoegingen van to concern
jij gaat dood
hij/zij/het gaat dood
you die
he/she/it dies
» meer vervoegingen van to die
jij gaat af
jij gaat aan
hij/zij/het gaat aan
you form
he/she/it forms
» meer vervoegingen van to form
jij gaat af
hij/zij/het gaat af
you leave
he/she/it leaves
» meer vervoegingen van to leave
to pertain
to concern
jij gaat aan
hij/zij/het gaat aan
you involve
he/she/it involves
» meer vervoegingen van to involve
jij gaat binnen
hij/zij/het gaat binnen
you enter
he/she/it enters
» meer vervoegingen van to enter
hij/zij/het gaat dicht
he/she/it closes
» meer vervoegingen van to close
to pass through
to cover
jij gaat door
hij/zij/het gaat door
you cover
he/she/it covers
» meer vervoegingen van to cover
Voorbeelden in zinsverband
Hoe gaat het met u, mevrouw Jones?
How do you do, Mrs. Jones?
Hoe gaat het met u?
How are you?
Hoe gaat het met u? Hebt u een goede reis gehad?
How are you? Did you have a good trip?