Vertaling van houten

Inhoud:

Nederlands
Engels
houten {bn.}
wooden 
houten {bn.}
timbered
hout (mv. houten) [o] {zn.}
wood
timber 
Hout brandt.
Wood burns.
Termieten eten hout.
Termites eat wood.
hout (mv. houten) [o] (het ~) {zn.}
wood
Dom als een blok hout.
Dumb as a block of wood.
Ik maakte een bureau van hout.
I made a desk of wood.
hout (mv. houten) {zn.}
wood
woodwind instrument
woodwind
De bureau is gemaakt uit hout.
The desk is made of wood.


Gerelateerd aan houten

houtmaterie - blaasinstrument - noest - knoest - spaander