Vertaling van karig

Inhoud:

Nederlands
Engels
karig, schaars, schraal, schriel {bn.}
in short supply
scanty 
scarce 
few 
poor 
scant
thin 
sparse 
pover, schamel, sober, karig {bn.}
poor
lean
shabby
flimsy
karig, pieterig, armetierig, schraal, mager, magertjes, armzalig, miezerig {bn.}
meager
meagerly
meagre
scrimpy
stingy
zuinig, economisch, spaarzaam, karig, profijtig {bn.}
cagey
cagy
chary

Gerelateerd aan karig

schaars - schraal - schriel - pover - schamel - sober - pieterig - armetierig - mager - magertjes - armzalig - miezerig - zuinig - economisch - spaarzaamslecht