Vertaling van slecht
ik slecht
jij slecht
hij/zij/het slecht
I roll
you roll
he/she/it rolls
» meer vervoegingen van to roll
mean
meanspirited
to even
ik slecht
jij slecht
hij/zij/het slecht
I even
you even
he/she/it evens
» meer vervoegingen van to even
to dismantle
to break up
to disassemble
to break apart
ik slecht
jij slecht
hij/zij/het slecht
I dismantle
you dismantle
he/she/it dismantles
» meer vervoegingen van to dismantle
Voorbeelden in zinsverband
Ze was slecht gehumeurd.
She was in a bad temper.
Het gaat mij slecht.
I'm not well.
Mijn vrouw kan slecht autorijden.
My wife is a poor driver.
Ik vind mijn Japans erg slecht.
I think my Japanese is really bad.
Denkt ge dat TV-kijken slecht is voor kinderen?
You think that TV is bad for kids?
Ik weet niet waarom ik zo slecht gehumeurd ben deze morgen.
I don't know why I'm in a bad mood this morning.
Maakt u zich geen zorgen, meneer de president: met zulk slecht tandvlees betwijfel ik of ze überhaupt tanden HEEFT.
Don't worry Mr. President: with gums that bad, I doubt she even HAS teeth.