Vertaling van lading

Inhoud:

Nederlands
Engels
lading [v], last, vracht {zn.}
weight 
charge 
load 
burden 
lading [v] {zn.}
charge 
carga [v], lading [v], scheepslading [v], goederen, vracht {zn.}
freight
cargo
lading [v] (de ~) {zn.}
electric charge
charge
lading [v] (de ~) {zn.}
explosive charge
bursting charge
charge
burster
lading [v] (de ~), last [m] (de ~), transport, vracht [m] (de ~) {zn.}
shipment
loading
payload
load
lading
freight
consignment
cargo
hoop [m] (de ~), bende [m] (de ~), berg [m] (de ~), kwak, lading [v] (de ~), massa [m] (de ~), schep, stelletje, stoot [m] (de ~), troep, veelheid [v] (de ~), vracht, zooi [m] (de ~), zwik [m] (de ~), pak [o] (het ~), smak [m] (de ~), bom, bulk [m] (de ~), sjees [m] (de ~), boel [m] (de ~) {zn.}
mountain
lot
mass
pile
passel
peck
tidy sum
deal
sight
spate
plenty
quite a little
flock
heap
hatful
great deal
good deal
pot
mess
raft
mickle
slew
mint
stack
muckle
wad
batch
Ik ga naar de berg.
I go to the mountain.
Hoe hoog is die berg?
How high is that mountain?


Gerelateerd aan lading

last - vracht - carga - scheepslading - goederen - transport - hoop - bende - berg - kwak - massa - schep - stelletje - stoot - troepelektriciteit - hoeveelheid - springstof - inhoud