Vertaling van leest

Inhoud:

Nederlands
Engels
leest {zn.}
boot-tree
schoenleest, leest [m] (de ~) {zn.}
shoetree
middel [o] (het ~), taille [m] (de ~), leest [m] (de ~) {zn.}
waist
waistline
lezen {ww.}
to glean
to harvest
to reap

jij leest
hij/zij/het leest

you glean
he/she/it gleans
» meer vervoegingen van to glean

lezen {ww.}
to read

jij leest
hij/zij/het leest

you read
he/she/it reads
» meer vervoegingen van to read

Hij kan lezen.
He can read.
Hij kan nauwelijks lezen.
He can barely read.
lezen {ww.}
to read
to take

jij leest
hij/zij/het leest

you read
he/she/it reads
» meer vervoegingen van to read

Je kan niet meer lezen?
You can't read anymore?
Neem om het even welke boeken die je wil lezen.
Take any books that you want to read.
voorlezen, lezen {ww.}
to read

jij leest
hij/zij/het leest

you read
he/she/it reads
» meer vervoegingen van to read

Ik ben in staat Engels te lezen.
I can read English.
Ik kan lezen zonder bril.
I can read without glasses.

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Hij leest.

He is reading.

Ze leest graag boeken.

She likes to read books.

Hij leest graag kranten.

He likes to read newspapers.

Tom leest een geschiedenisboek.

Tom is reading a history book.

Wie leest er?

Who is reading?

De bekwame bewaking leest het.

The good guard reads it.

Schoenmaker blijf bij uw leest.

Cobbler, stick to your last.

Hij leest graag romans op vakantie.

He enjoys reading novels on holiday.

Ik wil dat hij dit leest.

I want him to read this.

Schoenmaker, houd u bij uw leest.

Shoemaker, stick to your last.

Hoeveel boeken leest ge per maand?

How many books do you read per month?

Iedere morgen leest hij de krant.

He reads the newspaper every morning.

Ze leest elke morgen de krant.

She reads the newspaper every morning.

Het gaat er niet om hoeveel boeken je leest, maar welke boeken je leest.

What is important is not how many books you read, but what books you read.

De tijd zal wel vlug genoeg voorbij gaan als ge iets leest.

Time will pass quite quickly when you read something.


Gerelateerd aan leest

schoenleest - middel - taille - lezen - voorlezenvorm - deel - selecteren - blikken - interpreteren - waarnemen - lezen