Vertaling van luim

Inhoud:

Nederlands
Engels
scherts [m] (de ~), badinage, boert, kortswijl, luim [m] (de ~) {zn.}
joke
jape
gag
jest
laugh
stemming [v] (de ~), dispositie, geestesgesteldheid [v] (de ~), humeur [o] (het ~), luim [m] (de ~), bui [m] (de ~) {zn.}
mood
humor
humour
temper
Ik heb vandaag een slecht humeur.
I'm in a bad mood today.
gril [m] (de ~), bevlieging [v] (de ~), caprice, grol [m] (de ~), frats, kunsten, kuren [m] (de ~), kuur, luim, luimen, manie, nuk [m] (de ~), fratsen [m] (de ~) {zn.}
whimsey
notion
whim
whimsy
dommelen, dutten, luimen, sluimeren, soezen, suffen {ww.}
to doze
to drowse
to snooze

ik luim

I doze
» meer vervoegingen van to doze