Vertaling van luimig

Inhoud:

Nederlands
Engels
jolig, luimig, opgewekt, welgemutst {bn.}
cheerful 
gay 
merry 
boertig, luimig, schertsend {bn.}
sportive
capricieus, lunatiek, nukkig, onbestendig, vlinderachtig, wispelturig, grillig, luimig, onberekenbaar {bn.}
incalculable
geestig, humoristisch, luimig {bn.}
bright