Vertaling van opgewekt

Inhoud:

Nederlands
Engels
jolig, luimig, opgewekt, welgemutst {bn.}
cheerful 
gay 
merry 
druk, levendig, kras, kwiek, opgewekt, rap, tierig, vief, wakker {bn.}
alert
brisk
keen 
adroit
lively 
sprightly
sprited
vigorous 
perky
spry
active 
blij, verblijd, verheugd, opgetogen, opgewekt, vrolijk {bn.}
glad 
happy 
joyful 
joyous 
delighted
jolly
gleeful
wakker maken, wekken, opwekken {ww.}
to wake up
to wake 
to waken
to awake 
to awaken
to arouse

ik heb opgewekt
jij hebt opgewekt
hij/zij/het heeft opgewekt

I have waked; woken
you have waked; woken
he/she/it has waked; woken
» meer vervoegingen van to wake

Ga Mary wakker maken.
Go and wake up Mary.
aansporen, aanvuren, aanwakkeren, opwekken, zwepen {ww.}
to abet
to stir 
to prod
to prompt 
to urge
to spur on
to instigate 
to impel
to encourage 

ik heb opgewekt
jij hebt opgewekt
hij/zij/het heeft opgewekt

I have prodded
you have prodded
he/she/it has prodded
» meer vervoegingen van to prod

doen herleven, opwekken {ww.}
to revive 

ik heb opgewekt
jij hebt opgewekt
hij/zij/het heeft opgewekt

I have revived
you have revived
he/she/it has revived
» meer vervoegingen van to revive

blijgeestig, blijmoedig, monter, opgeruimd, opgewekt {bn.}
cheerful
activeren, aanwakkeren, opwekken, opwinden, prikkelen {ww.}
to activate

ik heb opgewekt
jij hebt opgewekt
hij/zij/het heeft opgewekt

I have activated
you have activated
he/she/it has activated
» meer vervoegingen van to activate

opwekken {ww.}
to whoop it up
to revel
to wassail
to racket
to make whoopie
to make merry
to make happy
to jollify

ik heb opgewekt
jij hebt opgewekt
hij/zij/het heeft opgewekt

I have reveled; revelled
you have reveled; revelled
he/she/it has reveled; revelled
» meer vervoegingen van to revel

opwekken {ww.}
to generate
to bring forth

ik heb opgewekt
jij hebt opgewekt
hij/zij/het heeft opgewekt

I have generated
you have generated
he/she/it has generated
» meer vervoegingen van to generate


Gerelateerd aan opgewekt

jolig - luimig - welgemutst - druk - levendig - kras - kwiek - rap - tierig - vief - wakker - blij - verblijd - verheugd - opgetogenaansporen - veroorzaken