Vertaling van tierig

Inhoud:

Nederlands
Engels
fortuinlijk, tierig, voorspoedig, welvarend, zegenrijk {bn.}
prosperous 
druk, levendig, kras, kwiek, opgewekt, rap, tierig, vief, wakker {bn.}
alert
brisk
keen 
adroit
lively 
sprightly
sprited
vigorous 
perky
spry
active 
goedgezind, goedsmoeds, hups, tierig, welgemoed {bn.}
cheerful

Gerelateerd aan tierig

fortuinlijk - voorspoedig - welvarend - zegenrijk - druk - levendig - kras - kwiek - opgewekt - rap - vief - wakker - goedgezind - goedsmoeds - hupsverheugd