Vertaling van aansporen
Inhoud:
Nederlands
Engels
aansporen, aanvuren, aanwakkeren, opwekken, zwepen {ww.}
ik zal aansporen
jij zult aansporen
hij/zij/het zal aansporen
I will prod
you will prod
he/she/it will prod
» meer vervoegingen van to prod
ik zal aansporen
jij zult aansporen
hij/zij/het zal aansporen
I will rouse
you will rouse
he/she/it will rouse
» meer vervoegingen van to rouse
aansporen, aandrijven, aanmanen, aanporren, instigeren, manen, pramen, drijven, zetten, aanzetten, , aanjagen {ww.}
to urge on
to press
to urge
to exhort
to press
to urge
to exhort
ik zal aansporen
jij zult aansporen
hij/zij/het zal aansporen
I will press
you will press
he/she/it will press
» meer vervoegingen van to press
manen, aanmanen, aansporen {ww.}
to exhort
to tell off
to admonish
to tell off
to admonish
ik zal aansporen
jij zult aansporen
hij/zij/het zal aansporen
I will exhort
you will exhort
he/she/it will exhort
» meer vervoegingen van to exhort