Vertaling van prikkelen
Inhoud:
Nederlands
Engels
aanwakkeren, opwinden, prikkelen, verhitten, werken op {ww.}
wij prikkelen
jullie prikkelen
zij prikkelen
we arouse
you arouse
they arouse
» meer vervoegingen van to arouse
wij prikkelen
jullie prikkelen
zij prikkelen
we trigger
you trigger
they trigger
» meer vervoegingen van to trigger
wij prikkelen
jullie prikkelen
zij prikkelen
we rouse
you rouse
they rouse
» meer vervoegingen van to rouse
wij prikkelen
jullie prikkelen
zij prikkelen
we aggravate
you aggravate
they aggravate
» meer vervoegingen van to aggravate
aanstoken, irriteren, ophitsen, op stang jagen, prikkelen, sarren {ww.}
wij prikkelen
jullie prikkelen
zij prikkelen
we irritate
you irritate
they irritate
» meer vervoegingen van to irritate