Vertaling van aanporren

Inhoud:

Nederlands
Engels
aanporren, aansporen, aanvuren, prikkelen, stimuleren, zwepen {ww.}
to stimulate 
to stir up
to rouse

ik zal aanporren
jij zult aanporren
hij/zij/het zal aanporren

I will rouse
you will rouse
he/she/it will rouse
» meer vervoegingen van to rouse

aansporen, aandrijven, aanmanen, aanporren, instigeren, manen, pramen, drijven, zetten, aanzetten, , aanjagen {ww.}
to urge on
to press
to urge
to exhort

ik zal aanporren
jij zult aanporren
hij/zij/het zal aanporren

I will press
you will press
he/she/it will press
» meer vervoegingen van to press

aanstoten, aanporren {ww.}
to elbow

ik zal aanporren
jij zult aanporren
hij/zij/het zal aanporren

I will elbow
you will elbow
he/she/it will elbow
» meer vervoegingen van to elbow



Gerelateerd aan aanporren

aansporen - aanvuren - prikkelen - stimuleren - zwepen - aandrijven - aanmanen - instigeren - manen - pramen - drijven - zetten - aanzetten - - aanjagenbewerken - beproeven - beroeren