Vertaling van oorbaar

Inhoud:

Nederlands
Engels
betamelijk, christelijk, net, oorbaar, ordentelijk, treffelijk, fatsoenlijk, gevoeglijk, netjes {bn.}
becoming
comely
comme il faut
decent
decorous
seemly

Gerelateerd aan oorbaar

betamelijk - christelijk - net - ordentelijk - treffelijk - fatsoenlijk - gevoeglijk - netjes