Vertaling van opharken

Inhoud:

Nederlands
Engels
harken, aanharken, opharken, uitkammen {ww.}
to rake 

ik zal opharken
jij zult opharken
hij/zij/het zal opharken

I will rake
you will rake
he/she/it will rake
» meer vervoegingen van to rake

opharken, bijeenharken {ww.}
to rake up
harken, aanharken, bijharken, opharken {ww.}
to rake up


Gerelateerd aan opharken

harken - aanharken - uitkammen - bijeenharken - bijharkenharken - verzamelen - bewerken