Vertaling van opmarcheren

Inhoud:

Nederlands
Engels
opmarcheren {ww.}
to march

hij/zij/het zal opmarcheren
zij zult opmarcheren
hij/zij/het zal opmarcheren

he/she/it will march
they will march
he/she/it would march
» meer vervoegingen van to march

aanrukken, opmarcheren {ww.}
to march on
to advance 

hij/zij/het zal opmarcheren
zij zult opmarcheren
hij/zij/het zal opmarcheren

he/she/it will advance
they will advance
he/she/it would advance
» meer vervoegingen van to advance


Gerelateerd aan opmarcheren

aanrukkenoprukken