Vertaling van oud-

Inhoud:

Nederlands
Engels
ex-, gewezen, oud-, voormalig, vroeger
ex-
former 
oud {bn.}
aged
old 
adellijk, benauwd, goor, gortig, muf, oud, oudbakken, smoezelig {bn.}
stale
bejaard, oud {bn.}
old 
venerable
aged
oud {bn.}
old 
venerable
bejaard, oud {bn.}
old 


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Hoe oud is hij?

How old is he?

Hij is oud.

He is old.

Hoe oud bent u?

How old are you?

Hoe oud is je vader?

How old is your father?

Ik ben achttien jaar oud.

I am eighteen years old.

Jong geleerd is oud gedaan.

What is learned in the cradle is carried to the tomb.

Tom is niet oud genoeg.

Tom is not old enough.

Ik ben zestien jaar oud.

I am sixteen years old.

De bruine hoed is oud.

The brown hat is old.

Hoe oud is deze dierentuin?

How old is this zoo?

Misschien ben ik te oud.

I may be too old.

Niemand is te oud om te leren.

Nobody is too old to learn.

Ik ben nu in een oud kasteel

I am now in an old castle.

Mijn vader is vijftig jaar oud.

My father is fifty years old.

Hij is ongeveer even oud als jij.

He's about the same age as you are.


Gerelateerd aan oud-

ex- - gewezen - voormalig - vroeger - oud - adellijk - benauwd - goor - gortig - muf - oudbakken - smoezelig - bejaard