Vertaling van ploegen

Inhoud:

Nederlands
Engels
ploegen, beploegen, omploegen {ww.}
to plough 
ploeg (mv. ploegen) [m] {zn.}
plough 
compagnie [v], ploeg (mv. ploegen), rot, vendel {zn.}
squad
company 
gang
equipe [v], ploeg (mv. ploegen), team {zn.}
team 
Welk team zal winnen?
Which team will win?
Ons team heeft de wedstrijd gewonnen.
Our team won the game.
beploegen, doorploegen, omploegen, ploegen, omleggen {ww.}
to plow
to turn
to plough

wij ploegen
jullie ploegen
zij ploegen

we turn
you turn
they turn
» meer vervoegingen van to turn

beulen, ploeteren, sappelen, sloven, ploegen, inspannen {ww.}
to toil
to travail
to labour
to moil
to labor
to grind
to fag
to drudge
to dig

wij ploegen
jullie ploegen
zij ploegen

we toil
you toil
they toil
» meer vervoegingen van to toil

ploeg [m] (de ~), sportploeg, team [o] (het ~) {zn.}
team
squad
George is onze team aanvoerder.
George is the captain of our team.
Het Franse team scoorde evenveel goals als het Engelse team.
The French team scored as many goals as the English team.
ploeg [m] (de ~), kouter {zn.}
plowshare
share
ploughshare
ploeg (mv. ploegen) {zn.}
crew
gang
work party
ploeg (mv. ploegen) {zn.}
clapper
tongue
ploeg (mv. ploegen) {zn.}
jointer
jointer plane
jointing plane
long plane


Gerelateerd aan ploegen

beploegen - omploegen - ploeg - compagnie - rot - vendel - equipe - team - doorploegen - omleggen - beulen - ploeteren - sappelen - sloven - inspannenbewerken - verrichten - personeel - schaaf