Vertaling van run

Inhoud:

Nederlands
Engels
run {zn.}
tally
run
run {zn.}
tally
run
aandrang [m], run, toeloop [m] {zn.}
crush 
rush [m] (de ~), stormloop [m] (de ~), run [m] (de ~) {zn.}
stampede
sprint [m] (de ~), run [m] (de ~) {zn.}
dash
Zijn record is een nieuw wereldrecord op de honderd meter sprint.
His record is a new world record in the 100-meter dash.
beheren, runnen, houden {ww.}
to run
to operate

ik run

Hij kan zijn eigen familie niet beheren, laat staan een natie!
He can't run his own family, let alone a nation!

Gerelateerd aan run

aandrang - toeloop - rush - stormloop - sprint - beheren - runnen - houdenloop - boomschors - toeloop - wedstrijd - leiden