Vertaling van slager

Inhoud:

Nederlands
Engels
slager [m] {zn.}
butcher 
slager, slachter [m] (de ~) {zn.}
slaughterer
butcher
slager [m] (de ~), beenhouwer [m] (de ~) {zn.}
meatman
butcher
slachter [m], slager [m], vleeshouwer [m] {zn.}
slaughterer 
butcher 
chirurg [m] (de ~), slager [m] (de ~) {zn.}
surgeon
sawbones
operating surgeon
Tom is plastisch chirurg.
Tom is a plastic surgeon.
wreedaard [m] (de ~), beestmens, beul, bloedhond [m] (de ~), bruut [m] (de ~), nero, onmens [m] (de ~), slager [m] (de ~), monster [m] (het ~), barbaar [m] (de ~), beest [o] (het ~) {zn.}
yobbo
yobo
tough
yob
ruffian
rowdy
roughneck
hooligan
bully

Gerelateerd aan slager

slachter - beenhouwer - vleeshouwer - chirurg - wreedaard - beestmens - beul - bloedhond - bruut - nero - onmens - monster - barbaar - beestpersoon - detaillist - specialist