Vertaling van smoken

Inhoud:

Nederlands
Engels
roken, smoken {ww.}
to smoke 

wij smoken
jullie smoken
zij smoken

we smoke
you smoke
they smoke
» meer vervoegingen van to smoke

Wilt ge roken?
Care for a smoke?
In een lift moogt ge niet roken.
You may not smoke in an elevator.
dampen, paffen, smoken, roken, oproken {ww.}
to smoke

wij smoken
jullie smoken
zij smoken

we smoke
you smoke
they smoke
» meer vervoegingen van to smoke

Volgens een studie sterven elk jaar 53.000 Amerikanen aan de gevolgen van passief roken.
A study reports that 53,000 Americans die each year as a result of secondhand smoke.
walmen, smoken {zn.}
smoking
smoke


Gerelateerd aan smoken

roken - dampen - paffen - oproken - walmengebruiken - dampen