Vertaling van stenen

Inhoud:

Nederlands
Engels
stenen, bakstenen {bn.}
brick 
kermen, kreunen, stenen, steunen {ww.}
to groan

wij stenen
jullie stenen
zij stenen

we groan
you groan
they groan
» meer vervoegingen van to groan

stenen, zuchten, kreunen, steunen {ww.}
to moan
to groan

wij stenen
jullie stenen
zij stenen

we moan
you moan
they moan
» meer vervoegingen van to moan

stenen {bn.}
stone
kei-, keislag-, stenen, stenig {bn.}
metalled
stone 
stony
baksteen [o], bouwsteen [m], klinker [m], steen (mv. stenen) [o], tichel [m], stuk [o] {zn.}
piece 
cake 
briquette
pig 
ingot
brick 
Wil je nog een stuk cake?
Would you like another piece of cake?
Mag ik nog een stuk taart hebben?
May I have another piece of cake?
steen (mv. stenen) [o] {zn.}
stone 
steen [m] (de ~) {zn.}
stone
rock
Een steen drijft niet.
A stone does not float.
Ik kan deze steen niet oppakken.
I cannot lift this stone.
burg [m] (de ~), burcht [m] (de ~), slot [o] (het ~), steen [o] (het ~) {zn.}
castle
Geef me de sleutel van dit slot!
Give me the key to this castle!
steen [m] (de ~) {zn.}
piece
man
steen (mv. stenen) [m] (de/het ~), gesteente [o] (het ~) {zn.}
stone
rock
Dat kind wierp een steen naar de hond.
That child threw a stone at the dog.
Verplaats alsjeblieft deze steen van hier naar daar.
Please move this stone from here to there.
edelsteen [m] (de ~), steen (mv. stenen) {zn.}
stone
gemstone
gem
De jongen gooide een steen naar de kikker.
The boy threw a stone at the frog.
steen (mv. stenen) {zn.}
stone
steen (mv. stenen), concrement {zn.}
calculus
concretion
steen (mv. stenen), tegel [m] (de ~) {zn.}
flag
flagstone

Gerelateerd aan stenen

bakstenen - kermen - kreunen - steunen - zuchten - kei- - keislag- - stenig - baksteen - bouwsteen - klinker - steen - tichel - stuk - burgurmen - brok - materie - kasteel - voorwerp - steen - aardkorst - steengroeve - ader - mineraal