Vertaling van kasteel
Inhoud:
Nederlands
Engels
burcht , kasteel {zn.}
fortified building
kasteel {zn.}
castle
palace
palace
Mijn thuis is mijn kasteel.
My home is my castle.
Ik ben nu in een oud kasteel
I am now in an old castle.
Geef me de sleutel van dit slot!
Give me the key to this castle!
Wanneer jullie naar Roemenië gaan, zullen jullie het Kasteel van Dracula bezoeken.
When you go to Romania, you will visit Dracula's Castle.
kasteel {zn.}
castle
Het kasteel werd in de as gelegd.
The castle was burnt to ashes.
toren , kasteel {zn.}
castle
rook
rook
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Engels
Ik ben nu in een oud kasteel
I am now in an old castle.
Wanneer jullie naar Roemenië gaan, zullen jullie het Kasteel van Dracula bezoeken.
When you go to Romania, you will visit Dracula's Castle.