Vertaling van uitdelen

Inhoud:

Nederlands
Engels
uitdelen {ww.}
to shell out
to mete out
to parcel out
to dole out
to lot
to dispense
to distribute
to dish out
to deal out
to deal
to allot
to administer

ik zal uitdelen
jij zult uitdelen
hij/zij/het zal uitdelen

I will lot
you will lot
he/she/it will lot
» meer vervoegingen van to lot

ronddelen, rondgeven, uitdelen, uitreiken, verdelen {ww.}
to deal 
to allocate
to give out
to administer
to distribute 

ik zal uitdelen
jij zult uitdelen
hij/zij/het zal uitdelen

I will deal
you will deal
he/she/it will deal
» meer vervoegingen van to deal

Ik zal er aan elk drie uitdelen.
I'll deal out three to each.


Gerelateerd aan uitdelen

ronddelen - rondgeven - uitreiken - verdelengeven