Vertaling van geven

Inhoud:

Nederlands
Engels
geven, aangeven, opbrengen, toebrengen, toekennen, verlenen {ww.}
to give
to accord
to administer
to grant 
to impart
to provide 
to confer
to allow 
to yield 
to spare 
to afford 

wij geven
jullie geven
zij geven

we give
you give
they give
» meer vervoegingen van to give

geven, inzetten {ww.}
to give
to commit
to consecrate
to devote
to dedicate

wij geven
jullie geven
zij geven

we give
you give
they give
» meer vervoegingen van to give

Koeien geven melk.
Cows give milk.
Zij geven niets.
They give nothing.
geven, opleveren {ww.}
to give
to chip in
to contribute
to kick in

wij geven
jullie geven
zij geven

we give
you give
they give
» meer vervoegingen van to give

Kunt u ons een paar voorbeelden geven?
Please give us some examples.
Ik zal u dit fototoestel geven.
I'll give you this camera.
geven, hechten, houden {ww.}
to love

wij geven
jullie geven
zij geven

we love
you love
they love
» meer vervoegingen van to love

Mensen houden van vrijheid.
People love freedom.
Wij houden van onze kinderen.
We love our children.
geven {ww.}
to mind

wij geven
jullie geven
zij geven

we mind
you mind
they mind
» meer vervoegingen van to mind

geven, schenken {ww.}
to give
to present
to gift

wij geven
jullie geven
zij geven

we give
you give
they give
» meer vervoegingen van to give

Ik weet niet zeker aan wie ik dit cadeau moet geven: aan het meisje of aan de jongen?
I'm not sure whom I should give this present: to the girl or to the boy?
geven {ww.}
to give

wij geven
jullie geven
zij geven

we give
you give
they give
» meer vervoegingen van to give

Niemand kon het juiste antwoord geven.
Nobody could give the correct answer.
geven {ww.}
to give
to yield
to generate
to return
to render

wij geven
jullie geven
zij geven

we give
you give
they give
» meer vervoegingen van to give

onderwijzen, doceren, lesgeven, onderrichten, geven {ww.}
to teach
to instruct
to learn

wij geven
jullie geven
zij geven

we teach
you teach
they teach
» meer vervoegingen van to teach

Lesgeven aan jonge kinderen is niet makkelijk.
To teach young children is not easy.
Is meneer Davis naar Japan gekomen om Engels te onderwijzen?
Did Mr. Davis come to Japan to teach English?

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Koeien geven melk.

Cows give milk.

Zij geven niets.

They give nothing.

Hebt u nog iets aan te geven?

Do you have anything to declare?

Weinig politici geven hun fouten toe.

Few politicians admit their mistakes.

Niemand kon het juiste antwoord geven.

Nobody could give the correct answer.

Ik zal je een goed advies geven.

I'll give you a good piece of advice.

Ik zal haar het boek morgen geven.

I will give her the book tomorrow.

We moeten de bloem water geven.

We must water the flower.

Ik zal hem het boek morgen geven.

I will give him the book tomorrow.

Ik zal jou dit boek geven.

I will give you this book.

Ik wil een plant aan mama geven.

I want to give mum a plant.

Heeft u iets aan te geven?

Have you anything to declare?

Kunt u ons een paar voorbeelden geven?

Please give us some examples.

Hij weigerde hen de informatie te geven.

He refused to give them the information.

Ik ben vandaag bloed wezen geven.

I went to donate blood today.